Ina Dammanprijs
Sinds 2000 wordt tegelijk met de Anton Wachterprijs de Ina Dammanprijs uitgereikt. Voor deze prijs komen in aanmerking: studies over Vestdijk uit alle geledingen van het middelbaar tot en met het universitair onderwijs; studies die niet in enig onderwijskundig verband zijn geschreven; vertalingen en bewerkingen van teksten van Vestdijk voor andere media zoals verfilmingen en toneelbewerkingen. Uitgereikt wordt een origineel beeldje vervaardigd door Jan Campfens en een geldbedrag. De volgende personen ontvingen de prijs: *Fenny Brandsma (2000), **Philippe Saba (2002), ***Andreas Vonder (2004) en Spiros Macris (2006).
Voor informatie over de Ina Dammanprijs verwijzen wij graag naar het secretariaat: mevrouw Ria Albers, Utrechtseweg 21, 6866 CH Heelsum.
*Fenny Brandsma (Universiteit van Utrecht) schreef de doctoraalscriptie Vestdijks ‘Het glinsterend pantser’ en de menswetenschappen
In haar scriptie onderzoekt Brandsma de betrekkingen tussen de moderne literatuur en geneeskunde. Daarbij stelt zij vragen als: hebben schrijvers het over reële - of 'echte' - ziekten in hun romans of verhalen, of verzinnen ze maar wat? Spreekt uit een boek een visie op een specifieke kwaal, of misschien op ziekte in het algemeen, en hoe moeten wij die opvattingen interpreteren in relatie tot poëticaal en filosofisch gedachtengoed?
**Philippe Saba (Universiteit van Leiden) schreef de scriptie Sexualiteit in 'Meneer Vissers Hellevaart'
***Andreas Vonder schreef onder begeleiding van dr. K.D. Beekman van de vakgroep Moderne Letterkunde in 1999 aan de Universiteit van Amsterdam de scriptie: In navolging van Nietzsche. De gebruikmaking van De openbaring van Johannes in 'De kellner en de levenden' van Simon Vestdijk en 'Glubkes oordeel' van Willem Brakman.
Hierbij kwamen (post)modernisme, Rilke, Thomas Mann, de 'tragische traditie' en het relativerend perspectivisme van Nietzsche aan bod.
Juryrapport Ina Dammanprijs
Harlingen, 4 november 2006
Het is vandaag de vierde maal dat de Ina Dammanprijs wordt uitgereikt. Maar wat een geruststellende of zo u wilt een verontrustende traditie lijkt te worden, kent vandaag toch ook een primeur waarover straks meer. Deze prijs heeft binnen de Vestdijkkring een geschiedenis van vallen en opstaan. Om uw historisch bewustzijn wat te prikkelen een korte terugblik.
In 1983 werd een Vestdijk-essayprijs uitgereikt. Later werd dat een Vestdijk-scriptieprijs maar die werd na enkele jaren opgedoekt wegens gebrek aan inzendingen, maar ook omdat het toenmalige bestuur van de Vestdijkkring de vereniging wilde opheffen. In 1999 stelde het nieuw aangetreden bestuur de Ina Dammanprijs in en maakte dat wereldkundig met de volgende vertederende aankondiging: ‘De naam Ina Dammanprijs vindt zijn rechtvaardiging in het feit dat de jonge Simon Vestdijk voor zijn jeugdliefde, Lies Koning – of zoals zij in de Anton Wachter-romans is geportretteerd onder de naam Ina Damman – een opstel schreef. Wat het bestuur nu voor ogen staat is een ieder die over zijn liefde voor het werk van Vestdijk getuigt, net als Anton Wachter van zijn liefde voor Ina Damman, in aanmerking te laten komen voor de Ina Dammanprijs.’ Einde citaat. Suggereert deze tekst nog dat het vooral om amoureuze aandriften moet gaan, gesublimeerd in getuigenissen, even later komt het bestuur meer ter zake met een reglement waarin in art.1 omschreven staat dat voor de prijs in aanmerking komen:
1. Studies over Vestdijk uit alle geledingen van het middelbaar tot universitair onderwijs
2. Studies over Vestdijk los van enig onderwijskundig verband
3. Vertalingen en bewerkingen van teksten van Vestdijk.
Tot dusverre is de prijs steeds toegekend aan een doctoraalscriptie. Voor de Ina Dammanprijs 2006 zijn twee inzendingen van geheel andere aard binnengekomen, een vertaling in het Frans en een scriptie uit het middelbaar onderwijs. Ook het aantal inzendingen fluctueert: in 2000 waren het er vijf, in 2002 zes en in 2004 ook twee. Naast een verdienstelijke scriptie van Liselotte Kleijn die, heel toepasselijk, gaat over Terug tot Ina Damman, ontving de jury een vertaling in het Frans van Vestdijks roman De redding van Fré Bolderhey.
De jury van de Ina Dammanprijs 2006 – bestaand uit Gerrit Jan Kleinrensink, voorzitter, die vandaag helaas niet aanwezig kan zijn wegens persoonlijke omstandigheden, Fries de Vries namens het bestuur en Arie Uyterlinde – kent de Ina Dammanprijs 2006 toe aan de heer Spiros Macris voor zijn vertaling van De redding van Fré Bolderhey met de titel Un fou chasse l’autre. Het boek verscheen in 2004 bij de Parijse uitgever Phébus.
De vertaler, de heer Macris, is zoon van een Griekse vader en een Nederlandse moeder en groeide in Frankrijk meertalig op. Ik zal nu iets citeren uit biografische informatie die hij ons heeft verschaft:
‘Nederlands en Engels waren thuis de voertaal, Frans daarbuiten uiteraard. Ik heb Frans in de kleuterklas geleerd en verder een geheel Franse opleiding genoten tot en met een doctoraal Franse literatuur en een proefschrift vergelijkende literatuurwetenschap aan de Sorbonne.’ Zijn beheersing van het Nederlands bleef bestaan dankzij logeerpartijen bij en contacten met Nederlandse familie. Hij publiceerde eerder vertalingen van gedichten van Lucebert en Achterberg en van de roman De hydrograaf van Allard Schröder. Hij is verbonden aan de universiteit Charles-de-Gaulle in Lille en geeft als universitair hoofddocent colleges Nederlandse literatuur van de 19e en 20e eeuw, vooral poëzie. Ook geeft hij vertaalcolleges Nederlands-Frans. In zijn wetenschappelijke werk houdt hij zich naast de vertaaltheorie bezig met het Nederlandse metrum, ook in relatie tot de Franse versbouw.
Dat de heer Macris deze complexe, verbaal exuberante roman van Vestdijk vertaald heeft en daarmee toegankelijk heeft gemaakt voor Franstaligen, dwingt op zichzelf al respect en waardering af. Voor een deskundige beoordeling van de merites van deze vertaling benaderde de jury de romanist drs. M.C. Pikaart. Deze was aanvankelijk van plan zich te beperken tot het nemen van een aantal steekproeven van origineel en vertaling, maar raakte zo gefascineerd én door Vestdijks roman én door de vertaling, dat hij beide diepgaand met elkaar vergeleken heeft. Hij signaleerde vele virtuoze vondsten van de vertaler, waardoor de vertaling de indruk maakt een authentiek Franse roman te zijn. Zijn oordeel is dat de heer Macris er volledig in is geslaagd de roman van Vestdijk recht te doen met zijn vertaling. Hij maakt creatief en vindingrijk gebruik van de ambiguïteit van sommige woorden, in het idioom van Vestdijk en ook in het Frans.
De kunst van het vertalen betekent veelal een worstelend zoeken naar evenwicht tussen getrouw het origineel volgen en een zekere vrijheid van formuleren nastreven.
‘In deze roman’ - ik citeer Maarten ’t Hart - ‘leeft Vestdijk zich helemaal uit in een even bizarre als kleurrijke, vaak ongemeen plastische beschrijvingskunst’.
Om de waardering en bewondering van de jury kracht bij te zetten, laat ik u enkele merkwaardige staaltjes horen van die beschrijvingskunst in De redding van Fré Bolderhey. U kunt zich dan een voorstelling maken van de voetangels en klemmen waarop deze vertaler stuitte:
p. 58 ‘Nederig en abject, uitermate zwart bestrooid, kwam van beneden de juffrouw met de klompvoet aanstrompelen’
p. 94 ‘Langzaam verstreek de vakantiemiddag in de boordevolle huiskamer waar iedere voorbijdenderende vrachtauto haar greep deed in de breekbare snaren van oude, halfvergeten dingen’
p. 158 ‘de gebouwen bleven nors in zichzelf besloten, het maanlicht gleed er als water langs (…) Tegen hun muren lag het zand hoog opgestapeld, in elegante en ontmoedigende golflijnen.’
p. 159 ‘thans was deze begerigheid verworden tot een loerend hunkeren, een wrokkig en heksachtig smachten naar bloed of tranen.’
Ik hoop dat dit u voldoende nieuwsgierig heeft kunnen maken naar Un fou chasse l’autre.
Het is een waardige aanvulling op de lijst van al in het Frans vertaalde werken van Vestdijk: ik noem Het vijfde zegel onder de titel La vie passionée de El Greco (1957), De bruine vriend onder de titel L’Ami brun (1958), Rumeiland onder de titel L’île au rhum (1963), De kellner en de levenden onder de titel Les Voyageurs (1966), en De koperen tuin onder de titel Le Jardin de cuivre (1993).
In Gallische facetten, verschenen in 1968, bundelde Vestdijk een aantal diepgravende essays over werk van een zestal Franse schrijvers. Wellicht stimuleert Un fou chasse l’autre een omgekeerde beweging: essayistische activiteit in Frankrijk over het werk van Vestdijk.
